In situaties waarin gedurende een bepaald jaar geen energieprestatierapporten zijn opgesteld volgens de basis- of detailmethode, maar een bedrijf wel gecertificeerd wil blijven, gelden vanaf 29 mei 2026 aanvullende eisen. Onderstaande bepaling uit de nieuwe BRL9500 beschrijft hoe de certificaathouder in dergelijke gevallen alsnog kan aantonen dat aan de gestelde kwaliteits- en uitvoeringscriteria wordt voldaan.
“Als er in een bepaald jaar geen energieprestatierapporten op de basis- en of detailmethode zijn opgesteld en geregistreerd maar het bedrijf wenst wel gecertificeerd te blijven voor dit betreffende (sub)deelgebied, dan zal de certificatie instelling bij de certificaathouder minimaal één energieprestatierapport ‘achteraf in het werk’ en één energieprestatierapport op dossier, per (sub)deelgebied, moeten controleren. Hiermee kan de certificaathouder dan aantonen dat de werkzaamheden nog wel uitgevoerd kunnen worden conform de hieraan gestelde eisen. Als er geen projecten zijn dan kan de certificaathouder pro-forma projecten en het bijbehorende dossier opstellen conform de ISSO 82.1 en die laten controleren door de certificatie instelling”. (Letterlijke weergave BRL9500)
